20 jaar huisartsenspoedzorg in de Gelderse Vallei
1-7-2021Huisartsenpost Gelderse Vallei bestaat vandaag, 1 juli, precies 20 jaar. Een mooi moment om eens terug- en vooruit te kijken. Dit doen we met Ronald Hendrikse (oud-medisch directeur en huisarts in Ede), Arjan van Andel (bestuurder en huisarts in Renkum), Marije Hilhorst (directeur zorg) en Astrid Bos (manager huisartsenpost).
Hoe het begon
Voor het begin van Huisartsenpost Gelderse Vallei moeten we terug naar de vorige eeuw, rond 1999. Huisartsen uit verschillende regio’s kwamen destijds samen via de Districts Huisartsen Vereniging (DHV). Naast Arnhem en Tiel hoorde ook Nijmegen daarbij. Zij hadden al een huisartsenpost opgericht en dat vonden huisartsen in de Gelderse Vallei wel interessant. Eén van die huisartsen was Ronald Hendrikse, voormalig medisch directeur van Huisartsen Gelderse Vallei en nog steeds huisarts in Ede.
‘De diensten werden steeds drukker, dus we waren benieuwd wat het opzetten van een huisartsenpost voor ons kon betekenen. Vanuit de DHV hebben we toen gekeken hoe we dat moesten doen. De meeste huisartsen hadden wel interesse, maar moesten nog wel overtuigd worden om mee te doen’, aldus Hendrikse. De volgende stap was het inrichten van de post. ‘Ziekenhuis Gelderse Vallei (ZGV) was toen nog in aanbouw en had ook wel interesse om ons ‘binnen te halen’, onder bepaalde voorwaarden weliswaar. Het ging vrij langzaam, maar er ontstond wel iets.’ Zo werd beloofd om de geldende afspraken met instellingen te honoreren, werden auto’s en computers geregeld en werd personeel geworven. Waaronder een directeur: Kien Smulders. ‘Wij dachten dat alles geregeld was, maar Kien was veel praktischer en zakelijker in het opzetten van een dergelijke organisatie’, vertelt Hendrikse. ‘Door haar terechte opmerkingen en goede ideeën konden we dus een klein beetje opnieuw beginnen.’ In vrij korte tijd hebben de huisartsen veel neergezet. ‘Maar hoeveel werk we zouden krijgen wisten we nog niet. Daarom hebben we bij alle huisartsen 2 weken lang het aantal telefoontjes per dienst geteld. Zo wisten we ongeveer waar we vanuit moesten gaan als de huisartsenpost open ging.’
De start
Op 1 juli 2001 was het zo ver: Huisartsenpost Gelderse Vallei ging open. Hendrikse: ‘We gingen los. Binnen de kortste keren kregen we veel meer telefoontjes dan verwacht, dus moesten we al snel de diensten uitbreiden.’ Er waren meer huisartsen nodig en de triagisten kregen een steeds betere opleiding. Het werd steeds professioneler. ‘De eerste jaren waren we heel erg aan het pionieren’, vult Astrid Bos aan, manager Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘We waren aan het uitvinden hoe we inhoud gingen geven aan het werk. Er waren namelijk geen ‘kant-en-klare’ triagisten. In het begin deden we dan ook veel vanuit de kennis die je had. Er was nog geen opleiding. In die jaren daarna, rond 2007/2008, kwamen die opleidingen zoals we ze nu kennen pas. Zo kwam ook het kwaliteitsdenken op gang en wilden we als post gecertificeerd zijn. Voldoen aan bepaalde eisen en voorwaarden. En die ontwikkeling heeft er onder andere voor gezorgd dat we steeds professioneler werden.’ Arjan van Andel, bestuurslid Coöperatie Huisartsen Gelderse Vallei en huisarts in Renkum: ‘De professionalisering van de huisartsenpost is dubbel. Het begon kleinschalig en gemoedelijk, maar is daarna gigantisch veranderd. Veel professioneler, veel groter, meer spreekkamers, meer artsen tegelijk. Het is mooi om te zien hoe we nu met triagisten, verpleegkundigen, specialisten en chauffeurs werken. Ik heb daar ook alle respect voor hoe ze dat doen. Ik zou het niet kunnen. Maar het is wel jammer dat het daarmee ook onpersoonlijker is geworden. Het is veel drukker en je bent apart aan het werk. Voorheen zaten we samen in 1 ruimte, tegenwoordig allemaal in eigen kamertjes. Het voelt soms meer als een kantoorbaan.’
Hendrikse en Smulders in 2002 (bron: MediSein)De eerste ervaringen
‘In het begin vonden de patiënten het heel bezwaarlijk dat ze helemaal naar Ede moesten rijden om gezien te worden door de huisarts. Als huisarts hadden we overigens hetzelfde gevoel. Maar inmiddels is het volstrekt normaal geworden. De huisartsenpost is prima vindbaar en een echt begrip geworden in de regio. Die bekendheid is ten positieve gekeerd, en de ervaringen ook’, aldus Van Andel.
‘Blijkbaar is door het centraliseren ook een drempel weggehaald om de huisarts te bellen. Men kon nu immers met een anoniem nummer bellen’, vertelt Hendrikse. ‘In het begin werd er wel degelijk vooral gebeld voor spoedvragen, maar al snel kwamen daar ook reguliere vragen bij. Onze eerste inschatting was een soort gok, maar dat bleek dus anders te zijn. Maar hoe terughoudend kan je zijn? We waren, vooral in het begin, erg voorzichtig dat we niks misten. We vonden het immers erger om 1 keer iets serieus te missen, dan 100 keer een ‘onzin-vraag’ op te pakken. Maar op een gegevens moment begon dat te wringen.’
‘Wat mij opvalt is dat mensen steeds meer zelf bepalen wanneer ze hun vragen willen stellen. Los van de noodzaak’, aldus Van Andel. ‘Mensen durven over het algemeen niet meer af te wachten. Ze willen snel weten wat er aan de hand is en ze willen er het liefst ook direct vanaf. Er wordt wel veel zelf opgezocht op internet, maar dat weerhoudt mensen er niet van om een beoordeling van de huisarts te vragen. Dit is overigens een maatschappelijke trend, want ook bij andere posten is dit te zien. Vooral in de Randstad.’
Huisartsenpost 'Hier melden' (2009)De (maatschappelijke) veranderingen
Marije Hilhorst, directeur zorg bij Huisartsen Gelderse Vallei: ‘De spoedzorg wordt nu centraal geregeld en is in ontwikkeling. Tijdens de coronacrisis is in toenemende mate beeldbellen ingezet om zorg te kunnen bieden. En momenteel onderzoeken we of een digitaal spreekuur past bij onze huisartsenpost en regio. De maatschappij is in de loop van de jaren veranderd en mensen willen soms ook buiten kantoortijden een beroep doen op een zorgprofessional. We hebben echter maar een beperkte capaciteit en hebben ook kwaliteitsnormen die we willen hanteren. Derhalve is de huisartsenpost echt alleen voor spoedzorg. Triagisten zijn opgeleid om goed te kunnen bepalen of iets kan wachten of niet’.
Van Andel is het daarmee eens: ‘Als je kijkt naar de gehele ontwikkeling van de digitalisering, dan denk ik dat we het als huisartsenpost wel moeten aanbieden, maar ik zie het niet per se als een verbetering van de zorg. Het fysieke contact met de patiënt blijft voor mij het allerbelangrijkste. Puur voor de medische zorg die je kan verlenen.’ Hilhorst: ‘Dat is ook hetgeen waar we altijd heel goed op gescoord hebben. Vanuit de historie zijn we een post die een hoog kwaliteitssysteem heeft. Het leveren van kwaliteit staat op 1.’
Samenwerken in de regio
Sinds de start van de huisartsenpost in 2001 is de post veel meer én anders gaan samenwerken met andere partijen. Hendrikse: ‘In de loop der jaren is de samenwerking veranderd. Bijvoorbeeld met Ziekenhuis Gelderse Vallei. In het begin keken de chirurgen bijna angstig naar wat wij gingen doen. Iedere organisatie heeft natuurlijk ook haar eigen belang en het is belangrijk de grootste gemene deler te pakken of soms toch keuzes te maken.’ ‘Het is een mooie ontwikkeling’, vindt Astrid Bos. ‘In het begin gingen we ‘gewoon’ een samenwerking aan. Maar deze is inmiddels steeds meer verstevigd geraakt. Er ligt nu wel echt een fundament. En dat is ook met de andere regiopartners. Je lift elkaar een beetje op.’ Hilhorst vult aan: ‘We zoeken de samenwerking met regiopartners volop. Niet alleen met ZGV, maar ook met de SEH, ambulancediensten, VVT-organisaties, Broeder de Vries (auto’s en chauffeurs) en GGZ-organisaties. Dit alles om de patiëntroutes zo goed mogelijk te optimaliseren. Neem bijvoorbeeld de groep chronisch zieken die langer thuis wonen en de GGZ-problematiek. Je moet in de regio samen kijken hoe je de (spoed)zorg gaat regelen. Anders kunnen we de zorgvraag straks niet aan. We willen de juiste zorgprofessional op de juiste plek, ook op de acute zorg.’
Huisartsenauto's (2019)Meer dan alleen 'op de post'
Het werk van de huisartsenpost reikt verder dan de Willy Brandtlaan in Ede. ‘Denk hierbij aan evenementen in de regio’, vertelt Bos. ‘Zo stonden we klaar toen de Giro d’Italia door onze regio reed, toen het NK wielrennen in Ede gehouden werd en staan we in de weekenden altijd klaar tijdens Koningsdag. Maar ook recent, tijdens de vaccinatie van de kleinschalige woonvormen pakken wij onze rol en verantwoordelijkheid. Samen met de GHOR en GGD Gelderland-Midden bekijken we hoe we dit soort evenementen goed kunnen ondersteunen op het gebied van spoedzorg.’
Maar de post staat ook klaar op momenten van crisis in de regio. Zo konden onlangs nog gedupeerde uit Leersum langskomen toen daar een windhoos was. ‘We worden dan direct gebeld, zodat we weten dat men langs kan komen. De politie, brandweer en de veiligheidsregio weten ons ook in dit soort situaties goed te vinden.’ Het is heel erg ongepland, dwars door de spreekuren heen. ‘Maar daar zijn we op ingewerkt, samen met de andere diensten’, vertelt Bos.
Trots op onze mensen
Bos: ‘We begonnen met 20 doktersassistenten en verpleegkundig specialisten, maar dat team is inmiddels verdrievoudigd. Waaronder ook medisch studenten die als triagist bij ons werken.’ De post werkt ook nauw samen met de dagpraktijken en er is zelfs kruisbestuiving: triagisten werken overdag op een praktijk in de regio en ’s avonds of in het weekend op de post. ‘Ik ben trots op onze groep. Er zijn veel collega’s die hier al lange tijd werken of na een bepaalde tijd weer terugkomen. Het is een flexibel team dat bestand is tegen bijzondere tijden van crisis, zoals corona nu. En ze werken eigenlijk op 2 fronten: voor de patiënt én voor de huisarts, zodat hij of zij zijn/haar werk goed kan doen.’ Over de huisarts gesproken geeft Bos het volgende aan: ‘We hebben een hele fijne groep huisartsen en waarnemers in de regio en een fors aantal zijn betrokken (geweest) bij de oprichting van de post. We zijn ons ook steeds meer bewust dat we een ‘huisartsen-huis’ zijn. Zij moeten daar immers goed en fijn kunnen werken met de werkdruk die er is. En dat zie je nu uit balans raken.’
‘We zijn heel trots op onze groep triagisten, doktersassistenten, verpleegkundigen, (kader)huisartsen en waarnemers die zich al jaren verbonden hebben met de huisartsenpost’, vertelt Hilhorst. ‘We moeten met steeds minder mensen hetzelfde of soms wel meer werk doen, omdat er steeds meer bij de huisarts terechtkomt. We zijn blij met de poortwachtersfunctie in Nederland, en het werkt ook goed. Maar het kan soms echt piepen en kraken in de zorg en dan helpt het om een solide team te hebben.’
Bos vult aan: ‘Elke dienst is anders, elk team is anders. Je werkt nooit in een vast team zoals in de dagpraktijk en toch kan de huisarts zijn of haar werk goed doen en vertrouwen op het team. Ik vind het een groot goed dat dit is ontstaan. Maar de uitdaging blijft om dit te behouden. Het behouden van voldoende en goed geschoold personeel. Het behouden van die sfeer, het vertrouwen.’ Maar Bos ziet ook mooie dingen verschijnen: ‘Het werk is zo onderhevig aan veranderingen, innovaties. Het is heel leuk om hiermee aan de gang te gaan. Het helpt ons verder. Dat is goed voor de patiënt en maakt het leuk voor ons. We zitten niet stil.’
De HAP in 2002 (bron: MediSein)