Onderzoeken en ontdekken met lef: het begin van de huisartsenspoedpost

10-7-2026

Wij zijn trots op 25 jaar huisartsenzorg in onze regio. Trots op alles wat we samen hebben opgebouwd en op de zorg die we elke dag leveren. In een serie interviews kijken wij terug op deze eerste 25 jaar.

In dit interview met Ronald Hendrikse en Kien Smulders leest u hoe spannend en pionierend die beginjaren waren. Hoe het opzetten van de huisartsenspoedpost voelde en waarom samenwerking vanaf het begin zo belangrijk was.

Interview: Ronald Hendrikse en Kien Smulders

Kien Smulders (oud-directeur en oprichter) en Ronald Hendrikse (oud-huisarts, oud-medisch directeur en oprichter) kijken samen terug op het begin van de huisartsenspoedpost (HAP), 25 jaar geleden. Ze noemen het zonder twijfel een pionierstijd.

‘Alles was nieuw, onduidelijk en soms spannend’, vertelt Kien. Ze vertelt dat de HAP primair is opgericht voor de huisartsen zelf. ‘Het ging om verlichting van de diensten. We móchten niet zeggen dat de kwaliteit beter zou worden, maar stiekem was dat wel een bijeffect.’ Dat lag gevoelig. Huisartsen waren bang dat hun manier van werken ter discussie zou komen te staan. Ronald herkent dat. ‘Bij ons in de groep zijn ook huisartsen gestopt. Voor hen ging deze verandering te ver.’

“Alles was nieuw, onduidelijk en soms spannend" – Kien Smulders

Tegelijk waren veel huisartsen ook positief

De diensten waren zwaar. ‘Je was altijd beschikbaar, 24 uur per dag. Dat maakte me onrustig’, weet Ronald nog, ‘je had geen moment echt vrij.’ In andere regio’s, zoals Nijmegen en Rotterdam, bestonden al huisartsenspoedposten. Dat idee sprak aan en leidde tot gesprekken in de regio.

Maar dat vroeg wel iets van huisartsen

Volgens Kien werd aan het begin onderschat wat het betekende om met zo’n grote groep samen te werken. ‘Huisartsen dachten: als het met 5 huisartsen kan, dan ook met 120. Maar zo werkt het niet.’ Er moesten afspraken komen over hoe er gewerkt werd. En dat betekende professionalisering, maar dat was wennen.

‘Huisartsen waren toen echte solisten’

Iedereen werkte op zijn of haar eigen manier, ook op de HAP. Ronald vertelt dat al snel bleek dat patiënten veel sneller en vaker belden dan verwacht. ‘We hadden het aantal telefoontjes totaal onderschat.’ Dat vroeg om uniformiteit. NHG‑standaarden en triage werden steeds belangrijker. En doktersassistenten moesten ineens bepalen hoe urgent een klacht was, vaak van patiënten die ze niet kenden. ‘En dat vertrouwen moest groeien.’

“Dat vertrouwen moest groeien" – Ronald Hendrikse

Ook de organisatie was in het begin primitief

Ronald noemt het ‘houtje‑touwtje in donkere kelders’. De HAP zat in een hoekje van de chirurgische poli, met een kleine meldkamer en spreekkamers die weinig professioneel oogden. Kien: ‘Uit een patiëntonderzoek bleek zelfs dat de kwaliteit van de huisartsen op de post lager werd ingeschat dan die van visiteartsen, terwijl het dezelfde artsen waren. Dat verschil in waardering kwam puur door de ruimte waarin gewerkt werd. Dat waren verrassende inzichten.’

Landelijk kwam er steeds meer aandacht voor kwaliteit, wachttijden en scholing

Voor veel huisartsen voelde dat als verlies van autonomie. ‘Ze waren ineens aanspreekbaar,’ zegt Kien. Als directeur moest zij steeds balanceren: wat kon ze bepalen en wat niet? Ook patiëntvriendelijkheid was soms een discussiepunt. ‘Goede zorg is niet dat de deur wagenwijd openstaat, maar wel dat je respectvol communiceert. Maar daar had niet iedereen meteen begrip voor.’

Ondertussen was niets goed geregeld: financiering niet, waarneming niet, klachtenafhandeling nauwelijks. Toch kwam het allemaal van de grond. Er kwam een NZa‑tarief, landelijke richtlijnen en betere ondersteuning. En nieuwe functies ontstonden, zoals: chauffeur, verpleegkundig specialist en later ook artsen in opleiding.

Tussen alle uitdagingen door was er ook veel positiviteit

‘De collegialiteit groeide,’ vertelt Ronald. ‘Je deed samen diensten, cursussen en kon elkaar helpen.’ Kien vult aan: ‘Het heeft veel gedaan voor de samenhang in de regio. Door de bundeling van krachten konden huisartsen samen optrekken richting inspectie, zorgverzekeraars en andere partners.’

Uiteindelijk leidde dit ook tot het ontstaan van HAGV

De regio kreeg een duidelijke stem. ‘We werden een volwaardige gesprekspartner,’ zegt Ronald. Kien sluit af: ‘Het was een fantastische tijd. Wat we samen hebben opgebouwd is onmisbaar geweest voor de bereikbaarheid en kwaliteit van huisartsenzorg in deze regio.’